Gedragscode ICB’s in CGG Brussel

  1. Voor een optimale verstandhouding tussen HV en  ICB en een goede begeleiding is het belangrijk dat er een voorgesprek plaatsvindt.
  2. De ICB vermijdt het om zonder HV contact te hebben met de cliënten in de wachtzaal.
  3. Bij aanvang van het gesprek stelt de ICB zich voor en maakt haar rol duidelijk. Zij stelt zich onpartijdig, neutraal en objectief op en vertaalt alles wat er gezegd wordt, zo getrouw en zo volledig mogelijk.  De ICB is gebonden aan een geheimhoudingsplicht.
  4. De ICB die opgeroepen wordt en die de betrokken cliënt kent, meldt dit aan de HV.
  5. De HV vraagt in het eerste gesprek  naar een contactpersoon.  Slechts in tweede instantie, als er geen contactpersoon is, kan de ICB de opdracht krijgen een afspraak te wijzigen.  De ICB bespreekt dit gesprek met de HV.
  6. De ICB maakt eventuele aantekeningen om te voorkomen dat hij/zij iets vergeet. De ICB kan ook aantekeningen maken om gegevens over de cliënt -in het dossier- bij te houden.
  7. De ICB moet lange verhalen tijdig onderbreken om deze voor de andere partij goed te kunnen vertalen.
  8. Als er voor bepaalde termen geen equivalent bestaat in die bepaalde taal en er is tijd nodig om een en ander duidelijk te omschrijven dan moet de ICB dit aan beide partijen zeggen.
  9. Als tijdens het verloop van het gesprek blijkt dat verschillen in zienswijzen de communicatie bemoeilijken, dan meldt de ICB dit aan beide partijen.
  10. De ICB moet vermijden dat het gesprek met één der partijen gevoerd wordt terwijl de andere partij van het gesprek uitgesloten wordt.
  11. De ICB mag zich niet in de positie manoeuvreren dat zij het gesprek voert i.p.v. de hulpverlener of de cliënt.  Een ICB maakt tussen beide partijen communicatie mogelijk en voert niet zelf een gesprek met de cliënt.
  12. De ICB mag achteraf opmerkingen of bedenkingen geven over het therapeutische gesprek, maar de HV is de deskundige.
  13. De ICB moet onaangename en beledigende opmerkingen overbrengen. Het is aan betreffende partij om hierop te reageren. Deze kan hierop alleen reageren als de ICB vertaalt wat er gezegd wordt.
  14. Indien scheldwoorden of beledigende opmerkingen niet letterlijk te vertalen zijn of indien de letterlijke vertaling tegen de morele principes van de ICB ingaat, kan de ICB een opmerking geven in de zin van “betrokkene is aan het schelden of uit beledigingen.”
  15. Wordt een situatie voor het gevoel van de ICB te moeilijk hetzij door gewetensconflict of bedreiging, dan kan het gesprek onderbroken of gestopt worden.  Het gesprek kan in overleg met de HV en ICB wel of niet hervat worden.
  16. In vervelende situaties probeert de ICB de interventie tot een zo goed mogelijk einde te brengen. In extreme situaties kan de ICB een interventie weigeren.
  17. Als de patiënt zegt: “Ik wil niet dat u dit vertaalt, maar…” dan dient de ICB de betrokkene eraan te herinneren dat alles wat in het gesprek gezegd wordt vertaald dient te worden. Als er tijdens het gesprek onduidelijkheden tussen HV en ICB zijn kan dit besproken worden tussen hen zonder dat er naar de cliënt toe vertaald wordt. Wel wordt er meegedeeld dat er onderling iets wordt verduidelijkt .
  18. De ICB mag geen geld, cadeaus of uitnodigingen voor maaltijden aannemen. Zij dient een professionele vertrouwensrelatie te handhaven om te voorkomen dat de patiënt andere verwachtingen van de ICB heeft of krijgt.
  19. Ter bescherming van de privacy van de ICB wordt haar privé-adres / telefoonnummer niet aan de patiënten doorgegeven.
  20. Het schriftelijk vertalen van documenten behoort in principe niet tot het takenpakket van de ICB. Korte brieven of mededelingen voor de cliënt in het kader van het gesprek kunnen wel.
  21. Na afloop van het gesprek verdient het de voorkeur om een nagesprek te hebben. Dit is belangrijk om het gesprek te evalueren en om eventuele vragen te stellen.

In de kijker

Meer in de kijker